Hereby the first DRAFT release (V.1.6) of the Working Paper 4 on the Lisbon Treaty, defining the European Union. The first document is a short summary on the difference between intentions and practice of the Lisbon. The second document is an extensive analysis of the Lisbon treaty.
English version:
WP4-summary-Lisbon intentions_EN
Dutch (Nederlands) versie:
WP4-summary-Lisbon intentions_NL
Summary: Why the Lisbon treaty is not final
The European Union has always followed a path of successive changes, often triggered by a passage through crisis, be it internally or because of the geopolitical context. Each time, inadequacies came to light and new treaties were ratified or existing treaties were amended.
Firstly, the last treaty, i.e. the Lisbon treaty followed a curious path. Originally meant as a new treaty, the Constitution of the European Union, it was replaced by a new treaty in the form of an extensive list of amendments to existing treaties. This path is worrisome as it undermined the democratic legality of it, even if arguments can be raised that it was a necessity long overdue. It did not help in getting citizens’ support, which is a long-term risk that is currently emerging.
Secondly, the treaty was meant to increase the democratic process in Europe but this largely failed in practice. National as well as the EU parlements, even if they are the official legislative powers, largely rubberstamp the Commission’s proposals and directives. Very seldomly are these challenged. The reasons are not so much the treaty itself but the fact that the real power is under control of political parties and the nation’s executive powers. It should be noted that this reflect very often the situation at national level which is projected at the EU level. In both cases, the members of parliament who are supposed to represent the citizens, do not act on behalf of the citizens but on behalf of political parties and the power structures behind them. And as was pointed out, this undermining of democratic principles is reinforced by a salient majority that has intruded the institutions and media. In addition, lobbying by strong groups and organisations heavily influences the decision-making processes. The Lisbon treaty does not seem to have anticipated these democracy undermining actors.
Thirdly, the Lisbon treaty transferred many competences from the national to the European level. It allowed the EU to impose stringent measures on all member states during the Covid epidemic, stringent CO2 emission obligations, a counter-productive energy policy and an avalanche of regulations in many domains that impact on the industry but also on citizens’ daily life. It is questionable if these grand schemes like the “Green Deal” would ever have materialised if a real democratic decision process would have been in place. Practice has also shown that the treaty did not establish clear boundaries between competences at the national and supra-national level. This weakness was exploited to impose many regulations from the top, often ignoring that the EU is composed of a heterogenous set of nation states.
Fourthly, the Lisbon treaty did no establish a structure that would have allowed the EU to act as a strong unified block at the supra-national level. While some steps were taken, in practice the EU still acts as a weak, opportunistic collection of national states and heads of state, while important decisions can still be blocked by a single member state. This concerns domains like defence, international politics, economic policies and innovation strategy.
And last but not least, if one looks at what the EU in Europe achieved in the last 20 years, then it is clear that the treaty was fraught with wishful thinking. The position of the EU in the world has been shrinking economically as well as politically and continues to do so. The EU is known for its high level of social security programs, taxes, regulations and quality of education. These are increasingly financed by debt whereas the economy is shrinking and hence the export balance is not generating the means to finance it. Other power hegemonies are exploiting this weakness, be it economically or geopolitically. Would there have been a tariff war if the EU would have in a strong economic position? Would there have been a huge import dependency on China if the European industry would have remained competitive? Would there have been a war with Russia, if the EU would have had a strong deterrent defence organisation?
All above points to the need revising the Lisbon treaty. On the one hand, competences need to be delegated back to the nation states and citizens need to regain democratic control. Guidelines and norms can be supra-national, concrete regulations can be national. One the other hand, the EU needs a much stronger structure at the supra-national level. In essence, the EU should focus exclusively on those domains that are supra-national by definition and in practice.
Proposals for amending the current EU treaties, particularly the Treaty of Lisbon, have emerged to address various issues identified in the EU’s functioning and governance. In the last section we highlight some key proposals and discussions surrounding these amendments. Most of these focus on the creation of a federal state or clarify the current treaties whereas we believe that in line with Schuman’s ideas nothing excludes more sovereignty at the national level. This topic of reform initiatives is being elaborated more in detail in a subsequent Working Paper.
Nederlands:
Waarom het Verdrag van Lissabon niet definitief is
De Europese Unie heeft altijd een traject van opeenvolgende veranderingen doorlopen, vaak ingegeven door een periode van crisis, hetzij intern, hetzij vanwege de geopolitieke context. Telkens kwamen er tekortkomingen aan het licht en werden er nieuwe verdragen geratificeerd of werden bestaande verdragen gewijzigd.
Ten eerste volgde het laatste verdrag, het Verdrag van Lissabon, een merkwaardig pad. Oorspronkelijk bedoeld als een nieuw verdrag, de Grondwet van de Europese Unie, werd het vervangen door een verdrag in de vorm van een uitgebreide lijst van amendementen op bestaande verdragen. Deze aanpak is zorgwekkend omdat het de democratische rechtsstaat ondermijnde, ook al kan men beargumenteren dat het een langverwachte noodzaak was. Het droeg niet bij aan de steun van de burgers, wat een risico op de lange termijn vormt dat zich momenteel aan het manifesteren is.
Ten tweede was het verdrag bedoeld om het democratische proces in Europa te versterken, maar in de praktijk is dit grotendeels mislukt. Zowel de nationale als de EU-parlementen, hoewel zij de officiële wetgevende machten zijn, bekrachtigen de voorstellen en richtlijnen van de Commissie grotendeels zonder meer. Zelden worden deze ter discussie gesteld. De reden hiervoor ligt niet zozeer in het verdrag zelf, maar in het feit dat de werkelijke macht in handen is van politieke partijen en de uitvoerende macht van de betreffende landen. Het is belangrijk op te merken dat dit vaak de situatie op nationaal niveau weerspiegelt, die vervolgens op EU-niveau wordt geprojecteerd. In beide gevallen handelen de parlementsleden, die geacht worden de burgers te vertegenwoordigen, niet in het belang van de burgers, maar in het belang van politieke partijen en de machtsstructuren die daarachter schuilgaan. Zoals reeds aangegeven, wordt deze ondermijning van democratische principes versterkt door een prominente meerderheid die de instellingen en de media heeft geïnfiltreerd. Daarnaast heeft het lobbyen van machtige groepen en organisaties een grote invloed op de besluitvormingsprocessen. Het Verdrag van Lissabon lijkt niet te hebben voorzien in de aanwezigheid van deze actoren die de democratie ondermijnen.
Ten derde droeg het Verdrag van Lissabon veel bevoegdheden over van nationaal naar Europees niveau. Het stelde de EU in staat om tijdens de Covid-pandemie strenge maatregelen op te leggen aan alle lidstaten, strenge CO2-emissieverplichtingen, een contraproductief energiebeleid en een lawine op vele gebieden aan regelgeving die niet alleen de industrie, maar ook het dagelijks leven van burgers beïnvloeden. Het is de vraag of deze ambitieuze plannen, zoals de “Green Deal”, ooit werkelijkheid zouden zijn geworden als er een echt democratisch besluitvormingsproces had plaatsgevonden. De praktijk heeft bovendien aangetoond dat het verdrag geen duidelijke grenzen trok tussen bevoegdheden op nationaal en supranationaal niveau. Deze zwakte werd uitgebuit om veel regelgeving van bovenaf op te leggen, waarbij vaak werd genegeerd dat de EU is samengesteld uit een heterogene groep natiestaten.
Ten vierde heeft het Verdrag van Lissabon geen structuur gecreëerd die de EU in staat zou stellen om op supranationaal niveau als een sterk, verenigd blok op te treden. Hoewel er enkele stappen zijn gezet, functioneert de EU in de praktijk nog steeds als een zwakke, opportunistische verzameling van nationale staten en staatshoofden, terwijl belangrijke beslissingen nog steeds door één enkele lidstaat kunnen worden geblokkeerd. Dit betreft domeinen als defensie, internationale politiek, economisch beleid en innovatiestrategie.
En tot slot, als we kijken naar wat de EU in Europa de afgelopen 20 jaar heeft bereikt, dan is het duidelijk dat het verdrag doordrongen was met wensdenken. De positie van de EU in de wereld is zowel economisch als politiek aan het krimpen en blijft dat doen. De EU staat bekend om haar hoge niveau van sociale zekerheidsprogramma’s, belastingen, regelgeving en de kwaliteit van het onderwijs. Deze worden steeds meer gefinancierd met schulden, terwijl de economie krimpt en de export dus niet de middelen genereert om dit te financieren. Andere machtscentra buiten deze zwakte uit, zowel economisch als geopolitiek. Zou er een handelsoorlog zijn geweest als de EU economisch sterk had gestaan? Zou er een enorme importafhankelijkheid met China zijn geweest als de Europese industrie concurentieel was gebleven? Zou er een oorlog met Rusland zijn geweest als de EU een sterke defensieve afschrikkingsorganisatie had gehad?
Al het bovenstaande wijst op de noodzaak om het Verdrag van Lissabon te herzien. Enerzijds moeten bevoegdheden worden teruggegeven aan de nationale staten en moeten burgers hun democratische controle terugkrijgen. Richtlijnen en normen kunnen supranationaal zijn, concrete regelgeving kan nationaal zijn. Anderzijds heeft de EU een veel sterkere structuur op supranationaal niveau nodig. In essentie zou de EU zich uitsluitend moeten richten op die domeinen die per definitie en in de praktijk supranationaal zijn.
Voorstellen tot wijziging van de huidige EU-verdragen, met name het Verdrag van Lissabon, zijn naar voren gekomen om diverse problemen aan te pakken die zijn vastgesteld met betrekking tot het functioneren en het bestuur van de EU. In het laatste deel belichten we enkele belangrijke voorstellen en discussies rondom deze wijzigingen. De meeste hiervan richten zich op de oprichting van een federale staat of op de verduidelijking van de huidige verdragen, terwijl wij van mening zijn dat, in lijn met de ideeën van Schuman, niets meer soevereiniteit op nationaal niveau uitsluit. Dit onderwerp van hervormingsinitiatieven wordt in een volgend werkdocument verder uitgewerkt.