Samenvatting:
Hier is een beknopte versie van de tekst, waarbij de kernboodschap en de argumentatie behouden zijn gebleven. Deze tekst is van toepassing op de Belgische overheden maar is toepasselijk (met andere cijfers) op heel wat andere Europese landen.
Saneren van de overheid: Een noodzakelijke bedrijfsmatige aanpak
België bevindt zich in een precaire financiële situatie met een overheidsbeslag van meer dan 60% van het bbp en een aanhoudend begrotingstekort. Het beleid van enkel meer belastingen heffen is onhoudbaar; een grondige sanering is noodzakelijk.
Een land als onderneming Economisch gezien functioneert een land als een holding. De overheid fungeert als de ‘overheadkosten’. Wanneer deze kosten de concurrentiepositie van het ‘bedrijf’ in gevaar brengen, is sanering vereist. Hiervoor worden drie cruciale criteria voorgesteld:
- Economische meerwaarde: Overheidsuitgaven moeten gericht zijn op de lange termijn. Huidige investeringen zijn bedroevend laag (slechts 3% van het bbp), terwijl inefficiënte subsidies en consumptieuitgaven de begroting belasten. Elke uitgave moet vooraf getoetst worden op economische return.
- Efficiëntie: Het overheidsapparaat moet adaptief en technologisch vooruitstrevend zijn (automatisering, AI). In tegenstelling tot de private sector ontbreekt het bij de overheid vaak aan verantwoording en audit bij gefaalde projecten.
- Structurele reorganisatie: Ons huidige systeem (representatieve democratie met machtsconcentratie) werkt de stagnatie in de hand. Een verschuiving naar het Zwitserse model—waarbij democratie op lokaal niveau begint (subsidiariteit) en burgers meer directe controle hebben via referenda—biedt een efficiënter alternatief.
Conclusie De tijd dringt. Zonder ingrijpende hervormingen dreigt een scenario zoals dat van Griekenland rond 2010. Door ideologische dogma’s opzij te schuiven en de overheid bedrijfsmatig te saneren, kan een catastrofale periode worden vermeden en de welvaart op lange termijn structureel worden veilig gesteld.
Volledige tekst:
Na een lange hete zomer, wacht de regerende politici een zware taak die al jaren steeds opnieuw wordt uitgesteld. In het jargon heet het “de begroting rond krijgen”, dikwijls vertaald als “nieuwe inkomsten zoeken” alsof het enkel een kwestie is van meer belastingen te innen. Het punt van no return is evenwel bereikt, Laffer had het voorspeld en enkel een groeiende leningslast heeft de illusie levend gehouden dat er niets aan de hand was. Vandaag beslaat het overheidsbeslag meer dan 60% van het BBP en is het begrotingstekort zo’n 5%. Die 60% is relatief, ze hangt af van hoe men het allemaal berekent. Marginale belastingvoeten (bv. bij loonsverhogingen) bedragen soms meer dan 80%, los van verborgen belastingen zoals boetes, heffingen en de kost van opgelegde verplichtingen. Een gevolg is ook dat een fenomenaal groot deel van de bevolking niet actief is: ongeveer een derde van de actieve bevolking, waaronder maar liefst 570.000 langdurige zieken. Het beleid van de laatste decennia was blijkbaar niet bevorderlijk voor een evenwichtige sociale zekerheid en de gezondheid van de bevolking.
Waar al die overheidsinkomsten voor dienen blijft vaak onduidelijk. De overheid voert immers geen echte open boekhouding zoals bedrijven die elk bonnetje verantwoorden. Openbaarheid van bestuur, nochtans een hoeksteen van elke democratische staat is de facto eerder dode letter. Af en toe komt er een verdacht stukje van de ijsberg naar boven. Maar hoe dikwijls wordt dat niet goed gepraat of zelfs simpelweg in een vergeetput gestopt? Terwijl bestuurders hoofdelijk verantwoordelijk zijn ten opzichte van hun aandeelhouders, geldt dit niet voor de grootste onderneming van het land, nl. de overheid zelf. Verkiezingen zijn ontaard tot een media event.
Een land is zoals een bedrijf
Een land is economisch te beschouwen als een bedrijf. Een bedrijf heeft inkomsten en uitgaven, het verschil is winst of verlies. Een land is als een holding met een import en export balans. Een land dat te weinig zelf produceert omdat het minder competitief is moet zelf meer invoeren en verarmt. De overheid is functioneel het equivalent van de “overhead” kost van een bedrijf, iets wat noodzakelijk is om te functioneren. Een gezond bedrijf heeft steeds een minimum aan overheadkosten. Is het een toeval dat beide woorden gelijkaardig klinken in onze taal? Het is evenwel een kost die rechtstreeks terechtkomt in de verkoopprijs van zijn productie en diensten. Meer overhead is minder winst of nog groter verlies. Wanneer dit het bedrijf in gevaar brengt, dan moet het bedrijf “gesaneerd” worden. Kosten moeten omlaag en keuzes moeten worden gemaakt. Wat geldt voor een bedrijf, geldt ook voor een land. Wanneer de economie op zijn tandvlees zit, moet men het niet nog meer belasten maar de overheid zelf saneren.
Hoe saneren? Drie criteria
Het moge duidelijk zijn, een significante ommekeer is nodig. Er zal zwaar moeten worden geknipt in de overheidsuitgaven. Net zoals bij een bedrijfssanering mogen we niet toelaten dat taboes of verworven rechten en priviléges in de weg staan. We schuiven drie criteria naar voren: economische meerwaarde, efficiëntie en structurele reorganisatie. In de praktijk is er ook een wisselwerking tussen deze drie factoren.
Economische meerwaarde:
Overheidsuitgaven worden dikwijls verrechtvaardigd als steun aan de economie, maar hoe reëel is dat? 100 euro subsidie vergt gemiddeld 200 tot 300 euro aan belastingen en heeft zijn eigen “overhead” kost. Het zijn te dikwijls dure overdrachten van belastingen naar belangengroepen of puur consumptie gerichte subsidies. Het is niet de taak van de overheid om de burger-consument te sturen en te subsidiëren. Als er al een probleem is, dan kan dit beter aangepakt worden via een verlaging van de loonkost en bijhorende loonbelasting. Dat is twee tot driemaal efficiënter.
Overheidsuitgaven moeten per definitie gericht zijn op de lange termijn en het kader scheppen waarin de economie efficiënter kan functioneren. En daar ligt al een eerste knelpunt, het huidig investeringsniveau is bedroevend laag, nauwelijks 3% van het BBP, de rest zijn lopende uitgaven. Dit is zichtbaar in onze wegen met ellenlange en kostelijke files en een verouderd openbaar vervoer. Denk maar aan de ring rond Brussel die al decennia een file veroorzakende werf is. Noteer dat de private sector tot 22 à 23% van het BBP investeert. Zelfs de gezinnen maken er 5% van uit, meer dan de wat overheid zelf investeert.
Conclusie: elke uitgave, inclusief subsidies, zou vooraf getoetst moeten worden op zijn economische meerwaarde op korte en lange termijn. In tijden van economische krimp is er geen ruimte voor “nice-to-haves” of verspilling. Huidige uitgaves moeten hierop getoetst worden en dikwijls zal blijken dat de meerwaarde negatief is, zeker in combinatie met de inefficiënte uitvoering.
Efficiëntie
Net zoals bij een bedrijfsreorganisatie moet efficiëntie centraal staan, ver weg van bureaucratische procedures die enkel statistieken opleveren. Dit vraagt planning, ervaren en bekwame mensen, en een dynamische aanpak met efficiënte automatisering en AI-helpers.
Belangrijk is ook dat men adaptief te werk gaat en periodiek de efficiëntie meet. Snleheid van uitvoering wordt gemeten in weken en maanden, niet in jaren. De manager die de doelstelling niet haalt, wordt ter verantwoording geroepen. Weinig daarvan is te merken bij de overheid, zelfs als de projecten door privé-ondernemers uitgevoerd worden. Denk even aan de opeenvolging van gefaalde IT-projecten bij Justitie en Politie, de ellenlange onderhoudswerken aan wegen en bruggen. Heeft men al eens een grondige audit uitgevoerd naar de diep onderliggende oorzaken van dit falen? Hoe zal de overheid de AI revolutie overleven? Het logge overheidsapparaat is hierbij niet aangepast aan de moderne technologie en manier van werken. Het is een blok aan het been voor de economie die steeds meer internationaal competitief moet zijn. En laat ons eerlijk zijn, de rol van de EU is hierbij dikwijls even belemmerend. Men is dan wel kampioen in het opstellen van richtlijnen en wetten, maar die kan men niet exporteren. Tekenend is dat de EU een AI en batterij richtlijn heeft zonder dat Europa zelf een echte rol speelt in die domeinen.
Conclusie: minder is meer. De overheid moet adaptief te werk gaan en zichzelf constant evalueren, ook ten overstaan van de burgers. Elke verhoging van de efficiëntie verhoogt de economische meerwaarde, zoniet kan men de betreffende activiteit beter opdoeken.
Structurele reorganisatie
Ons land en de EU kampen met een structurele handicap. Welvaart begint onderaan bij de mensen zelf, via een democratische samenwerking waarbij bevoegdheden enkel naar een hoger niveau worden gedelegeerd als dat echt nodig is. Dit zorgt voor een kortere terugkoppeling en directere controle. Men is ook direct verantwoordelijk voor inkomsten en uitgaven. Micro-management en een representatieve democratie die niet langer functioneert, leidt tot een traag verval.
Onze representatieve democratie voldoet daarom niet meer. Niet alleen is de rol van de burger grotendeels uitgeschakeld, zelfs de politici vertegenwoordigen nauwelijks nog hun kiezers. De uitvoerende macht is de facto een wetgevende macht geworden die de micro-maatregeltjes in een regeringsprogramma giet. Dat laatste is een compromis dat gesloten werd achter gesloten deuren in maandenlange palavers tussen partijvoorzitters. Waar is de terugkoppeling gekoppeld aan openbaarheid van bestuur gebleven? In ons land komt daarbij dat de staatshervormingen wel bevoegdheden overgedragen hebben maar de financiering grotendeels federaal bleef. Met als gevolg dat de overheidsuitgaven, ook gewestelijk en gemeentelijk versneld gegroeid zijn.
Kan het anders?
Men kan een voorbeeld nemen aan Zwitserland waar de democratie begint bij de gemeente, dan de 26 kantons en ten slotte één (con)federale overheid. Men delegeert bevoegdheden naar boven. Op federaal niveau kent men 7 ministers die 80% van de keizers vertegenwoordigen. Burgers kunnen via een bindend referendum wetten voorstellen of afschaffen en terwijl politieke partijen hun eigen visie hebben, is hun rol in eerste plaats de burger te begeleiden. Het land heeft een BNP/capita dat 30% hoger ligt en kent geen begrotingsproblemen. Het is een consensus democratie in tegenstelling tot de centraal geleide conflict democratie in andere landen. (bron: www.schuman2030.eu/wp1)
Conclusie
Een volledige sanering kan in dit bestek niet volledig worden uitgetekend, maar de grote krijtlijnen zijn helder en de tijd dringt. Ons land zit net niet in het scenario van Griekenland rond de jaren 2010. Toen was het land failliet en werd het keihard op de feiten gedrukt. Dat was een pijnlijke periode voor de Griekse burgers met massale werkloosheid en armoede tot gevolg. Nochtans, na een zestal jaar was de begroting terug op orde (bron: IMF/ X/ Daniel Kral). Als we snel genoeg schakelen, dan kan dit hier ook zonder een catastrofale periode te moeten doormaken. Enkele tientallen miljarden saneren is niet zo moeilijk als men de ideologische dogma’s opzijzet en structureel ingrijpt. Dit kan de tijd kopen om echt structureel op lange termijn in te grijpen zoniet is het enkel uitstel van executie. Men moet Zwitserland niet kopiëren (en wellicht zijn er nog andere landen die kunnen inspireren) maar wel overnemen wat werkt. De burger is best in staat van deze overgang te maken.